De 5 beste plukplekken van NL

Wat zijn Nederlands beste plukplekken? Ieder restaurant noemt zichzelf tegenwoordig een culinaire hotspot, maar de echte culinaire hotspots zijn natuurlijk onze bossen, duinen en wateren. Geinspireerd door een artikeltje in de Guardian, heeft Oogsten Zonder Zaaien een top 5 van de lekkerste natuur van Nederland samengesteld. Allemaal verboden plekken, natuurlijk: for educational purposes only.

In willekeurige volgorde:

Oosterschelde
De Japanners zullen ons voor gek verklaren; een hele Oosterschelde vol met zeeuwier, dikke japanse oesters en zeekraal en (bijna) geen Nederlander die erom geeft! Wij gaan daar verandering in brengen met het van aanmeldingen overstromende zeewier-excursieweekend in juni. Niet eens helemaal illegaal trouwens, want iedere burger mag 10 kilo japanse oesters per dag rapen. Doen, opeten die plaag!

Sallandse heuvelrug
Voor wie zich niet door alle bangmakende sprookjesverhalen over vossenlintwormen en serieuzer te nemen verhalen over teken laat afschrikken, is de Sallandse heuvelrug hemel op aarde. Er groeit een overvloed aan overheerlijke bosbessen, die alle waterige blauwe bessen uit de supermarkt doet verbleken. Ook de in Nederland vrijwel ongegeten rode bosbes tiert er weelderig. Onbekend maakt onbemind, maar onterecht in dit geval. In scandinavië hebben ze het beter begrepen, en maken ze er de lekkerste sappen en jam (tyttebärsylt) van.

Kuinderbos
Het levende bewijs dat natuur niet oud hoeft te zijn om waardevol te zijn. Het kuinderbos herbergt de grootste verscheidenheid aan paddenstoelen van Nederland. Ieder jaar worden er nieuwe soorten ontdekt, waarvan men dacht dat die hier allang waren uitgestorven. Die kun je beter laten staan, maar ook mondaine boleten zijn hier goed vertegenwoordigd. Bovendien zijn paddenstoelen ongeplukt vaak net zo magisch. Eet enkel de overvloed!

Kennemerduinen
Voor veel paddenstoelenjagers is de morielje het summum van plukgenot. De geheimzinnigheid en mystiek rondom de vindplekken en bijbehorende omgevingskenmerken zijn daar akte van. Wie nog nooit morieljes heeft gevonden maar toch eens op zoek wil gaan naar deze gewaardeerde paddenstoel, maakt het meeste kans in duinbossen langs onze kust, zoals bijvoorbeeld de Kennemerduinen. Het voordeel: als het geluk je tegen zit, groeien er (tevens in april-mei) meer dan voldoende wilde asperges om het goed te maken.

Twente
Technisch gezien geen natuurgebied, hoewel dat voor de randstedeleke lezers weinig uit zal maken. In Nederland komt de wilde framboos niet zo heel erg veel voor (beduidend minder dan bijvoorbeeld bramen), maar Twente staat er tjokvol mee. Kaartjes van verspreiding in Nederland laten een dikke rode vlek rondom enschede zien. Een goede reden voor de randstedelingen om eens te ontdekken welk heerlijk landschap er in het oosten des lands is te vinden. Kunnen we de volgende keer gewoon de bossen bij hun naam noemen.

Dit bericht is geplaatst in Ongecategoriseerd. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *