Veldsla

Uit Wildpluk wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Veldsla

bloemen veldsla

Veldsla – Valerianella – hoort bij de Kamperfoeliefamilie, de Caprifoliaceae. Er zijn in de Nederlandse flora vier soorten te vinden waarvan de Gewone Veldsla, Valerianella lucusta, de meest algemene is. Waarom deze plant de wetenschappelijk naam locusta heeft meegekregen is niet duidelijk. Locusta betekent kreeft of sprinkhaan. In een oude flora wordt dan ook de naam sprinkhaankruid gebruikt. Naast de gewone soort is er ook de Gegroefde Veldsla, Valerianella carinata, die erg op de gewone lijkt maar te onderscheiden is door zijn langwerpige vruchten. De getande veldsla (V.dentata) en de geoorde veldsla (V. Rimosa) komen veel minder voor en dan nog alleen als akkeronkruiden.

Voorkomen

Het opvallende van bloeiende veldsla is dat de stengel steeds in twee delen vorkachtig is vertakt. Bovenaan die vertakkingen zitten de blauwlila bloemetjes. Terwijl wij de veldsla doorgaans alleen kennen als kleine spatelvormige blaadjes die als een donkergroen wortelrozet op ons bord liggen. De hoofdas heeft vier of zes kanten en is gegroefd. De plant is eenjarig, kiemt in het najaar, overwintert en bloeit daardoor al in april-mei. Hij is te vinden op open vochtige voedselrijke plaatsen die omgewerkt zijn of in grazige bermen, op dijken en in akkers. De planten zijn vooral te vinden langs de rivieren, in Zuid-Limburg en in het westen van ons land.

Gebruik

rozet veldsla

Veldsla wordt voor consumptie voornamelijk gekweekt in kassen. In augustus gezaaid kunnen de bladrozetten in de nazomer worden geoogst en als salade of in combinatie met andere slasoorten gegeten worden. Ook lekker op brood of in de soep. Het moet geoogst worden voordat de bloeistengel verschijnt. Bij de cultuurvormen staan de rozetbladeren meer omhoog dan bij de wilde soorten. Het is heel goed in eigen tuin in de volle grond te kweken. De rozet groeit in de winter langzaam door tenzij er sneeuw ligt. Dat betekent vrijwel de hele winter verse groene blaadjes.

Leuke weetjes

Veldsla is een gewas dat al sinds de steentijd hier in gebruik is. Oorspronkelijk komt het vanuit het Middellandse Zeegebied.


Verzamelen: maart-april, september-november