Brandnetel: verschil tussen versies

Uit Wildpluk wiki
Ga naar: navigatie, zoeken
(Nieuwe pagina aangemaakt met 'Deze pagina bevat nog geen tekst, help ons door dit artikel te starten! *Wortel > Sn, Gr '''Verzamelen: Hele jaar door''' *Hele plant > Gr, Sn, Th '''Verzamelen: maa...')
 
Regel 1: Regel 1:
Deze pagina bevat nog geen tekst, help ons door dit artikel te starten!
+
Brandnetels hebben brandharen aan de stengel en aan de onderzijde van het blad. In de buurt van brandnetels groeit meestal zuring, weegbree, dovenetel of hondsdraf, waarvan het sap helpt om het branderige gevoel te verzachten. De bovengrondse delen van brandnetel zijn rijk aan ijzer, vitamine A en C,en mineralen.
 +
 
 +
'''Grote brandnetel (Urtica dioica)'''
 +
Dit is een overblijvende vaste plant met wortelstokken en een lengte van 30 tot 150 cm. Soms zelfs tot een hoogte van tot 2,5 m. De kruipende wortelstok is rond en de stengel vierkant en evenals de bladeren bezet met brandharen. De planten zijn meestal tweehuizig en hebben dus vrouwelijke of mannelijke bloemen. De bloemtrossen van de grote brandnetel hangen in okselstandige aren. De brandnetel is een windbestuiver. De bloeiwijze van de mannelijke en vrouwelijke plant verschillen van elkaar. De mannelijke planten hebben kortere zijtakken dan de vrouwelijke planten. De zijtakken van de vrouwelijke planten gaan na de bevruchting enigszins hangen. De bloei is van juni tot de herfst. Op de plant komen zowel gewone als brandharen voor. De grote brandnetel komt voor op stikstofrijke, humushoudende grond en vaak op halfbeschaduwde plaatsen.
 +
 
 +
'''Kleine brandnetel (Urtica urens)'''
 +
De kleine brandnetel is een eenjarige plant met een geel-witte penwortel en wordt maximaal 50 cm hoog. De bladeren zijn dun en diep ingezaagd. De planten zijn eenhuizig. De bloemtrosjes in de oksels van de bladeren, met vrouwelijke en mannelijke bloemen, staan voor het grootste deel rechtop of schuin uit. Bloei van mei tot de herfst. Op de plant komen alleen brandharen voor. De kleine brandnetel komt voor op akkerland en op opengewerkte grond in de duinen.
 +
 
 +
==Toepassingen==
 +
De jonge brandnetelstengels en -bladeren van de grote brandnetel kunnen als een soort spinazie gegeten worden. De lange stengels smaken het beste in het voorjaar. Zeer jonge stengels kunnen als sla gegeten worden. Ook kan van brandnetels soep gemaakt worden. Verpak vis en vlees in brandnetelbladeren om ze langer fris te houden. Uit de stengel van de grote brandnetel worden vezels gewonnen en verwerkt tot touw en neteldoek (zeef).
 +
 
 +
==Geneeskrachtige toepassingen==
 +
Door bladeren en stengels in water te weken komt er een geur vrij die uitstekend geschikt is voor de bestrijding van luizen. Verder helpt het sap tegen allerlei haarproblemen, zoals roos, door het in de hoofdhuid te masseren. Gekneusde bladeren kunnen als een kompres worden aangebracht ter verlichting van brandwonden en wonden. De bladeren helpen in de vorm van een gorgeldrank ter verzachting van kiespijn. De plant kan voor medische doeleinden het beste in mei of juni worden verzameld wanneer de bloei aanbreekt en kan dan worden gedroogd.
 +
 
  
 
*Wortel > Sn, Gr
 
*Wortel > Sn, Gr

Versie van 15 mrt 2011 om 17:16

Brandnetels hebben brandharen aan de stengel en aan de onderzijde van het blad. In de buurt van brandnetels groeit meestal zuring, weegbree, dovenetel of hondsdraf, waarvan het sap helpt om het branderige gevoel te verzachten. De bovengrondse delen van brandnetel zijn rijk aan ijzer, vitamine A en C,en mineralen.

Grote brandnetel (Urtica dioica) Dit is een overblijvende vaste plant met wortelstokken en een lengte van 30 tot 150 cm. Soms zelfs tot een hoogte van tot 2,5 m. De kruipende wortelstok is rond en de stengel vierkant en evenals de bladeren bezet met brandharen. De planten zijn meestal tweehuizig en hebben dus vrouwelijke of mannelijke bloemen. De bloemtrossen van de grote brandnetel hangen in okselstandige aren. De brandnetel is een windbestuiver. De bloeiwijze van de mannelijke en vrouwelijke plant verschillen van elkaar. De mannelijke planten hebben kortere zijtakken dan de vrouwelijke planten. De zijtakken van de vrouwelijke planten gaan na de bevruchting enigszins hangen. De bloei is van juni tot de herfst. Op de plant komen zowel gewone als brandharen voor. De grote brandnetel komt voor op stikstofrijke, humushoudende grond en vaak op halfbeschaduwde plaatsen.

Kleine brandnetel (Urtica urens) De kleine brandnetel is een eenjarige plant met een geel-witte penwortel en wordt maximaal 50 cm hoog. De bladeren zijn dun en diep ingezaagd. De planten zijn eenhuizig. De bloemtrosjes in de oksels van de bladeren, met vrouwelijke en mannelijke bloemen, staan voor het grootste deel rechtop of schuin uit. Bloei van mei tot de herfst. Op de plant komen alleen brandharen voor. De kleine brandnetel komt voor op akkerland en op opengewerkte grond in de duinen.

Toepassingen

De jonge brandnetelstengels en -bladeren van de grote brandnetel kunnen als een soort spinazie gegeten worden. De lange stengels smaken het beste in het voorjaar. Zeer jonge stengels kunnen als sla gegeten worden. Ook kan van brandnetels soep gemaakt worden. Verpak vis en vlees in brandnetelbladeren om ze langer fris te houden. Uit de stengel van de grote brandnetel worden vezels gewonnen en verwerkt tot touw en neteldoek (zeef).

Geneeskrachtige toepassingen

Door bladeren en stengels in water te weken komt er een geur vrij die uitstekend geschikt is voor de bestrijding van luizen. Verder helpt het sap tegen allerlei haarproblemen, zoals roos, door het in de hoofdhuid te masseren. Gekneusde bladeren kunnen als een kompres worden aangebracht ter verlichting van brandwonden en wonden. De bladeren helpen in de vorm van een gorgeldrank ter verzachting van kiespijn. De plant kan voor medische doeleinden het beste in mei of juni worden verzameld wanneer de bloei aanbreekt en kan dan worden gedroogd.


  • Wortel > Sn, Gr

Verzamelen: Hele jaar door

  • Hele plant > Gr, Sn, Th

Verzamelen: maart-juli